Tagarchief: BeeMagicTray

120 bakjes per minuut

Klebo-BeeMagic
Lees het gehele artikel

In het jaar 2025 moet verpakkingsmateriaal volledig recycleerbaar zijn. De ontwikkelingen op dat gebied zijn dus van groot belang. Dampack bedacht het concept voor een zogenaamde BeeMagicTray, Klebo Techniek ontwikkelde de machine met heel wat Lenze technologie en expertise aan boord. 

Verpakkingsleverancier Dampack uit Werkendam ontwikkelde en patenteerde een plastic tray. De bodem van het bakje bevat een speciale honingraatstructuur die zorgt voor minder vochtverlies en een betere houdbaarheid. En een heel belangrijk aspect is dat het bakje uit één materiaal wordt vervaardigd, klaar voor 2025. De machines die deze bakjes produceren, worden gebouwd door Klebo Techniek uit Holten, een machinebouwer met veel expertise in thermische en ultrasoonlasprocessen. Bij die bouw mag Lenze een belangrijke bijdrage leveren voor de optimalisatie van niet alleen de output, maar ook de OEE, de flexibiliteit en veiligheid van de machine. De output van de eerste machine bedroeg zo’n tachtig tot negentig stuks per minuut. De doelstelling? Honderdtwintig bakjes per minuut. En het liefst met een systeem dat wereldwijd kan worden ondersteund maar waarbij Klebo niet afhankelijk zou zijn van een systeemintegrator. Klebo eigenaar Johan Klein Leetink: “Toen we na een paar andere leveranciers met Lenze in contact kwamen, werd al snel duidelijk dat we niet alleen onze wensen bij hen neer konden leggen, maar ook nog eens met dezelfde filosofie werken.”

Standaard modulair

Klebo Sales directeur Rob Spekreijse zag hoe de gewenste insteek van modularisering ook bij Lenze gemeengoed was. “Op alle vlakken zagen we overeenkomsten. Niet alleen wat betreft de modulaire aanpak van de besturingen, je ziet dat Lenze een familiebedrijf is en die sfeer past ook bij ons bedrijf. Korte lijnen, geen arrogante opstelling, je hebt echt het gevoel dat ze zich voor jou en jouw project inzetten. We waren echt onder de indruk van hun aanpak.” Het hele concept van de machine werd onder de loep genomen. “De stip op de horizon, die hadden we”, vertelt Klein Leetink. “Honderdtwintig bakjes per minuut. Alle onderdelen van het proces gingen onder het vergrootglas. Dankzij de dimensioneringssoftware van Lenze kwamen we tot de conclusie dat bepaalde bewegingen beter anders gedaan konden worden.”

Rob Spekreijse: “We hebben voor de service heel veel informatie op detailniveau tot onze beschikking, zonder dat we de productinformatie of receptuur nodig hebben.”

Beheersing op detailniveau

Met de modulaire opbouw van de aandrijftechniek en procesbeheersing kan de machine op detailniveau worden beheerst. Dat is op zich al erg belangrijk, maar Spekreijse legt uit dat de werkelijke waarde verder gaat dan dat. “We hebben voor de service heel veel informatie op detailniveau tot onze beschikking, zonder dat we de productinformatie of receptuur nodig hebben. Zo kunnen we heel goed monitoren wat de status van de verschillende onderdelen is.” Ook in het proces zelf heeft de modulaire opbouw en het opdelen van de processtappen een groot verschil gemaakt. “De positionering van het sluitvelletje was nog niet goed onder controle. Daarbij heeft de servotechniek van Lenze een echt verschil gemaakt. Daarvoor gebruiken we meerdere servomotoren en met een klein foefje – het geheim van de smid, zeg maar – konden we dat velletje niet alleen heel precies positioneren maar ook de snelheid van die positionering enorm verhogen.”

Losse processen

Er komen heel wat verschillende stappen aan te pas. Spekreijse: “De individuele handelingen hebben we ingericht als losse softwarematige functieblokken en die maken de inrichting van de machine heel flexibel. Maar het samenspel moet heel nauwkeurig worden doorgerekend om tot een optimale afstemming van de positieregelingen te komen. Alle processen sluiten prachtig aan op wat wij willen. Voor ons is de meerwaarde van de samenwerking met Lenze gelegen in verschillende aspecten. Zo heeft Lenze een goede aftersales, productie in alle werelddelen, veel gestandaardiseerd, eenvoudig te programmeren besturing en er is heel veel data uit te lezen. Dat helpt ons de OEE verder te verhogen. We zien direct op welke punten er afwijkende waardes optreden en in combinatie met de informatie over de aandrijfsystemen hebben we direct de vinger aan de pols. Met de toevoerinformatie, kwaliteitsgegevens, afkeur, metingen en data uit de processtroom, maar ook uit de I/O-modules en de sensoren, kun je ieder aspect tot in de kleinste details analyseren. Dankzij remote access, de visualisatie en de verbinding met de cloud, kun je leren van de lifecycle van de machine en de invloed daarvan op de OEE. Het is goed om zo open mogelijk te blijven in je analyse, want zo kun je ook direct inzicht krijgen in nu nog onbekende factoren. En ook die informatie hebben we opgedeeld in blokken.”